Club-iconen en Ere-leden

 

Arie Verbaan

1949-2009, een instituut, 60 jaar lid
door: Jan Titulaer

Arie is in mijn ogen ongetwijfeld de atleet met de langste en meest aansprekende staat van dienst hier in de regio. Daarnaast is de hardwerkende "visboer" ook nog eens een bijzonder aardige vent met een onwrikbare clubliefde. Toen we in 1983 Orion oprichtten vertrouwde Arie me persoonlijk toe: "Jan, ik zou best wel naar Orion willen, maar ik kan zo moeilijk weg bij Festina". 

arie-verbaan-1.jpgIn 2009 is het alweer 60 jaar geleden dat “bokser” Arie Verbaan zich meldde aan het noord-limburgse atletiekfront”. Een diamanten jubilaris bij Scopias, en niet maar zo eentje, we praten over het instituut Arie Verbaan. 

Thuiskomend van de (roerige) nieuwjaarsreceptie van zaterdag 3 januari 2009 op Sportpark Vrijenbroek ben ik weer eens gaan bladeren in de Historiek van de Limburgse atletiek, de nationale Bestenlijsten en in m'n eigen archief. Daarbij vond ik een zorgvuldig bewaarde pagina 11 van het Dagblad voor Noord-Limburg van donderdag 21 juni 1979 die geheel gewijd was aan Arie. Ter gelegenheid van zijn 30-jarig jubileum als wedstrijdatleet werd op d'n Berg een internationale veteranenwedstrijd georganiseerd. Hieronder enkele anekdotes uit dat artikel met wat verbindende tekst waarmee ik de warme sympathie uitdruk voor de nu bijna 83-jarige Arie Verbaan.

Arie, geboren en getogen in Scheveningen, kwam als jochie van 10 met z'n ouders naar Blerick. Z'n vader reisde daarvoor al vijftien jaar wekelijks naar Venlo om zijn vis aan de man c.q. vrouw te brengen. Meteen na de lagere school stapte ook Arie in de vishandel, de branche die hij steeds trouw is gebleven. Wie kent hem nog van de weekmarkten? Ik wel, en weet nog dat hij bij ons de straat inkwam en dan galmde het een paar keer tussen de huizen:"Haring, verse haring, haring als scholluhhhh……", waarna de huisvrouwen zich naar de haringkar spoedden.

Arie zegt over die tijd: "Loopbenen heb ik gekregen naast de bakfiets! Met mijn grote passen noemden de mensen aan wie ik vis verkocht mij al de "hardloper". Als ik mijn vis had verkocht, kon ik pas naar huis fietsen, voor die tijd, nou ja, rende ik naast m'n karretje. Dat was het begin…".

"Je moest hard werken en tijd voor sport was er nauwelijks. Aanvankelijk bokste ik bij de VBC (Venlose Boks Club), dat was in de oorlog. In 1944 organiseerde de club een veldloop waaraan ook twee atleten van SV Blerick deelnamen. Ik werd derde achter die twee atleten (Gerrit Gommans en Mandje Titulaer) en dat was een behoorlijke opsteker om met lopen door te gaan. In 1949, toen ik uit militaire dienst kwam, begon mijn loopavontuur met een "wilde" wedstrijd van DOS Tegelen. Ik won die wedstrijd en aansluitend zat ik meteen bij SV Blerick".

"Tot en met 1958 heb ik alle wedstrijden, die ik liep netjes bijgehouden in een boekhoudschriftje, daarna vond ik het welletjes. Ik geloof toch minimaal duizend wedstrijden te hebben gelopen". Arie Verbaan bracht het al snel tot de nationale ploeg, zowel op de baan als met de cross. Zijn eerste interland was de Cross des Nations in Parijs in 1953: "Toen begonnen mijn beste jaren, want ik zat dus in de Nederlandse ploeg en ik behaalde in de jaren meteen daarna mijn beste prestaties".

Als ik dat ga controleren in de eerdergenoemde Historiek van de Limburgse atletiek, wordt dat uitbundig bevestigd. Arie grossiert in aansprekende overwinningen op de baan, weg en met de cross. Daarbij sleept hij als kopman van Festina zijn clubgenoten mee naar een hoger niveau (o.a.Hay Philipsen, Hay Verhagen, Toën Jonkers en Wienand Wienen), en niet zelden winnen ze de ploegenprijs. Meerdere keren ben ik nog met Arie op wedstrijd geweest, een keer was ik zijn chauffeur voor een marathon in Antwerpen. Enige vervelende was dat je kleren daarna minimaal een week naar de vis roken!!

Arie vervolgt: "Och, toen wij jaren geleden bij de Pope trainden was het met mij ook vrijwel elke zondag raak: we maakten een wedstrijd van elke training, al wist je dat het niet zo goed was, maar het was leuk. Ik had toen nauwelijks benul van het opbouwen van een trainingsprogramma en met een optimale training was ik waarschijnlijk wel wat verder gekomen dan gebeurd is. Toch ben ik tevreden, want ik loop nu nog mijn wedstrijden met plezier", dat was in 1979. En hij doet nogal bescheiden over zijn niveau, niet vermoedend dat hij met z'n 47.04 op de 15 kilometer in 2008 nog 3de zou staan op de nationale ranglijst!!

De reden waarom Arie aan sport deed had ook te maken met zijn gezondheid, hij was astmapatiënt. Zijn lichamelijke conditie verbeterde door het boksen ("door de bokshouding en de ademtechniek"). "En het lopen van lange afstanden geeft een prima doorbloeding en je leert langzamer ademen! Tweemaal ben ik korte tijd gestopt met lopen, maar de astma-aanvallen kwamen dan binnen korte tijd terug".

Ook na zijn veertigste bleef Arie Verbaan onverminderd actief in de wedstrijdatletiek, en bezocht hij meerdere wereldkampioenschappen. In Toronto, Brugge, Coventry en Göteborg behaalde hij steeds klasseringen bij de beste 10 op zijn favoriete afstanden. Zijn grootste teleurstelling beleefde hij op een van die kampioenschappen voor veteranen in 1978 in Viareggio. "Op de 10 kilometer lag ik op de tweede plaats. De Amerikaanse koploper Franklin dubbelde mij in de zesde kilometer. Op zijn laatste 100 meter liep ik vlak voor hem en dacht dat ik dus m'n laatste ronde inging. Maar het waren er twee! Ik stopte met andere woorden na de 24ste ronde en veronderstelde de zilveren plak gewonnen te hebben. Ho maar! En omdat ik dacht te moeten finishen, beëindigden nog negen andere lopers na mij de wedstrijd in de veronderstelling 25 rondes gelopen te hebben. Natuurlijk werden we met z'n tienen gediskwalificeerd en kreeg de twaalfde binnenkomende de zilveren medaille. Daar sta je dan als Hollandse visboer…… hahaha." Maar Arie memoreert lachend meteen het andere uiterste van die minder plezierige gebeurtenis: "Mijn mooiste ervaring was ook Viareggio: namelijk het moment dat ik dacht dat ik tweede was!".

Een aantal jaren geleden zag ik Arie nog eens deelnemen aan een wegwedstrijd. In die typische onverstoorbare  loopstijl van Arie, schouders een beetje opgetrokken. Het zware neerkomen van zijn overmaatse sportschoenen flop… flop… flop… verraden dat de jaren beginnen te tellen. Heel trots zeg ik tegen degene die naast me staan: "dat is Arie Verbaan!". In de volgende ronde komt Arie in snelwandelpas voorbij, het laatste alternatief voor de atleet die niet van opgeven weet om op tijd binnen te komen. Met diep respect wacht ik bij de finish tot Arie binnenkomt! Wie zou er nog weten dat dit een groot atleet is? Jullie weten het nu, dus gaan we even klappen voor Arie! Alleee… al zit je voor je schermpje! Effe klappen!

 


 

Sjraar Janissen

 

1949-2009, 60 jaar lid en ook erelid 
Sjraar Janissen is niet oud geworden...: hij was pas 19 jaar in 2009 bij zijn huldiging en is toch geboren in 1932. Echter op 29 februari 1932… Sjraar is in zijn topjaren tussen ruwweg 1950 en 1956 vele malen winnaar geweest op zijn geliefkoosde afstanden: de 400, 800 en 1500 meter.  

 

sjraar janissenBeste tijden

400 meter - 52.6 sec. 
800 meter - 1.58.6. 
1000 meter - 2.44.6 
1500 meter - 4.10.7. 
3000 meter - 9.25.0 
In zijn loopbaan heeft hij ook wel korte crossen gelopen zoals de eerste veldcross van AVT in 1950. In dat jaar heeft AVT twee veldcrossen gehouden waardoor in 2000 de 50e Snelle Sprongcross is gevierd. Sjraar was degene die in 1950 tijdens een ledenvergadering van de toenmalige atletiekafdeling van DOS in café Trienes aan de Industriestraat had voorgesteld om de naam Tegelen in de naam op te nemen, dit om de plaats Tegelen op deze wijze uit te dragen. Er is toen ook een extra loop georganiseerd van café Trienes via de Koekoekstraat (want daar woonde Sjraar toen), Kerkhoflaan, van Wevelickhovenstraat via de Raadhuislaan , Betouwstraat naar café Trienes terug. Uiteraard was Sjraar winnaar. Tweede werd “De Witte” van Gubbels (Jo). 

 

sjraar janissen bosloop

 

 

Bosloop
Blerick 1951

Bovenste rij van links naar rechts: 
Sjraar Janissen, Sjraar van de Munckhof, 
Friezen, 
Jo Engelen, 
Peters. 

Onderste rij van links naar rechts:
Janssen, 
Frans Geraads, 
? , 
Frans Zeelen, 
Jo Gubbels.   

 
1953sjraar_janissen-dr_van_zoest-piet_gubbels.jpg

Van links naar rechts: 

Dré van Zoest (1e voorzitter van AVT), 
Piet Gubbels, 
Sjraar Janissen



Sjraar is een jaar A-junior geweest. In die periode heeft hij alle wedstrijden op één na, gewonnen. Die ene die hij niet won, werd hij tweede. Toen hij in dienst kwam heeft hij vele wedstrijden in het land kunnen lopen. Een der wapenfeiten was de wedstrijd in Leiden over 1500 meter: een 4e plaats. Ook Anton Jonkers van Atletiekvereniging Blerick liep toen mee. In de diensttijd is hij in 1953 en 1954 ook sportinstructeur geweest. Men trainde elke dinsdag, donderdag en zondag. In 1954 trad Sjraar toe tot het bestuur en werd mede met Hai Thurlings belast met de technische leiding. Van 1960 is Sjraar 2 jaar ook voorzitter van AVT geweest. Zijn directe voorganger was Chris Hovens, de medeoprichter van de atletiekclub. Met een kleine onderbreking heeft Sjraar 15 jaar lang de belangen en trainingen van de seniorengroep behartigd. Tot 1977 heeft Sjraar trainingen gegeven. Ook bij de Belfeldse voetbalclub is Sjraar vele jaren jeugdtrainer geweest. In de beginjaren van AVT heeft Sjraar diverse springbakken gemaakt, betonnen ringen voor de kogelstoters die hij met de bakfiets helemaal naar de Watertoren bracht. Hij was en is handig want in 1965 heeft hij zijn eigen en huidige huis gebouwd. Tot zijn 50e heeft Sjraar nog voor zichzelf gerend. Dat deed hij van huis uit en zijn vrouw ging wel eens met de fiets mee. Omdat hij wat hartritmestoringen kreeg is hij toen gestopt. Gelukkig is alles lang onder controle gebleven en hij wandelde en fietste elke dag nog. Soms kwam hij ook aan op de trainingsavonden en dronk wat in de kantine van Scopias. Op 21 maart 2011 overleed ons erelid.

Frans Maas, 1 april 2011

sjraar_janissen-snelle_sprong-cross.jpg  
Snelle Sprong-cross 1954  Sjraar Janissen: zie blauw pijltje - Arie Verbaan (Festina): 3e van rechts (gebukt) 


Waorum Frits zoewe biezonder is…  

door Jan Titulaer

fritsvaessen_25jaarvv.jpg 

Zondag 28 juni na een bere-gezellige Vaals-Venlo vonden er ook nog twee korte huldigingen plaats, Jan Gerits en Frits Vaessen. Marijke en ik waren speciaal gekomen als huldebetuiging aan Frits Vaessen, voor zijn 25 jarige inzet voor Vaals-Venlo.

We hebben nog geprobeerd "um ein pilske" met hem te drinken, maar Frits had het zoals altijd weer veel te druk, "volgende kiër Frits". Over het waarom Frits zo speciaal is voor mij als atleet en voor de regionale atletiek zou ik een boek kunnen schrijven, hieronder "nog eine kiër" wat een korte inleiding voor dat boek zou kunnen zijn.

"Frits Vaessen is de meest constante factor in onze regionale atletiek van de afgelopen 65 jaar", die stelling durf ik overal te verdedigen. Frits is altijd te vroeg op de baan, gaat altijd te laat naar huis en heeft in de tussenliggende uren altijd de meeste arbeid verricht. Tussen de activiteiten door maakt Frits altijd plaats om probleempjes aan te horen, is hij altijd in staat een lach te ontlokken en "noeijts te good" om mee aan te pakken. Frits heeft vele generaties atleten met open armen in zijn hart gesloten en evenzo vele generaties met een verholen traan zien vertrekken. Frits bleef die constante factor en deed de dingen die gedaan moesten worden.

Het is 1957 als mijn vriendje Cor Houben me meeneemt naar Festina. Frits Vaessen en Frans Weyers zijn dan de jeugdtrainers. Als we met de fiets naar 't Saorbrook gingen stond Frits ons al op te wachten. Dat gaf meteen dat goede thuisgevoel, Frits had al een rondbaan uitgelegd in het hobbelige gras met tomatentouw en tentharingen, de training kon beginnen. Want er moest wel gepresteerd worden.

Er wordt bij ons thuis gebeld, ik ren naar de voordeur. Frits staat met z'n fiets voor de deur, zijn zoon voorop in het kinderstoeltje. "Aahh Frits… maaaamm, Frits is ter", mijn moeder pakt snel de portemonnee uit de keukenla en loopt naar de deur. Frits heeft al het juiste oranje lidmaatschapskaartje bovenop liggen, mijn moeder betaalt de contributie en krijgt een klein oranje strookje als overtuigend bewijs voor mij. De komende maand kan er weer getraind worden, "Hojje Frits, tot zôndaag".

Het is 1960, ons sportveld was inmiddels uitgebreid met een heus clublokaal annex kleedruimte. Een laag-bij-de-gronds oud kippenhok met pannendak was wat hoger geplaatst op een muurtje van grijze (gas-beton) stenen, je kon nog zien waar de kippen destijds in- en uitliepen. We hadden geen stromend water, wel een handpomp waarmee je het moeraswater kon promoveren tot wasgelegenheid. Er was geen elektriciteit, maar een paar heuse olielampen zorgden voor enige verlichting waar en wanneer dat gewenst was. Middenin het enige vertrek stond een oude potkachel tegen een gemetselde schoorsteen, hij zal niet vaak gebrand hebben, maar Frits Vaessen zorgde er toch wel voor dat "zien jônges" zich konden warmen als het buiten guur en koud was. Op de vloer lagen trottoirtegels en langs de wanden stonden banken en stoelen. Romantiek? Ik kan me nog herinneren als we s'winters na een bostraining in de Wielder terugrenden naar ons clublokaal. In het stikkedonker wees het fletse licht van de olielamp de juiste looprichting over de ongelijke en zijknatte grasmat, binnen was het warm en rook het naar dennenappels en houtvuur. Na afloop dicht in buurt van Frits blijven fietsen tot op de Nieuwborgstraat, daarna mocht ieder z'n eigen weg gaan.

Het is 1970, Festina beschikt over een heuse gravel atletiekbaan, prachtig verscholen op de Venlose hei. Voor veel Blerickse jeugdleden werd de afstand een brug te ver, via de scholen-atletiek groeit echter het aantal Venlose leden. Frits is gebleven en zijn werkterrein wordt verlegd, Peter Engels en ik helpen hem inmiddels met de jeugdtraining. De baan ligt er altijd keurig bij en dat is heus niet de verdienste van de Gemeente Venlo, alhoewel Frits heel goed Bierstekers wist te paaien. Er worden grotere wedstrijden georganiseerd en wat ik nu ga vertellen is echt 100% waar. Ik kwam altijd als deelnemer 1½ uur vóór de wedstrijd naar de baan, maar wie liep daar al kris-kras met kruiwagen over het veld, bakken aan te harken, hoogspringmatten klaar te leggen, springstandaards op te zetten, startblokken klaar te zetten, hordes op te zetten en de "laatste-ronde-bel" op te hangen: Frits! De jury-vergadering vond zonder en was gelijk met Frits klaar, Frits werd het tijdschema en de startlijsten  in de handen gedrukt, hij trok z'n jasje aan, startpistool werd geladen en de wedstrijd kon beginnen. Met duidelijke taal wordt de baanindeling bekend gemaakt, de jury tijd staat nog wat te kletsen, Frits geeft een scherp fluitsignaal en iedereen reageert alert. Het "op uw plaatsen" klinkt, jury en atleten gehoorzamen blindelings, "klaar… pang". Frits zorgt in z'n eentje dat de wedstrijd op tijd "loopt", alle atleten vinden Frits een goeie starter, eigenlijk de beste. Maar ja, de beste starter wordt nooit gevraagd voor (inter)nationale wedstrijden, daar moet je voor lobby-en. En dat zal Frits nooit doen, maar als het aan de atleten had gelegen! Ik hoef niet verder meer uit wijden wie er na de wedstrijd kris-kras over het veld loopt op te ruimen, als iedereen aan de koffie of het bier zit! Frits, de constante onschatbare waarde.

Het is 1983, Festina bestaat 40 jaar en is op dat moment een all-round atletiekvereniging. Het bestuur zet stippeltje voor stippeltje een beleid uit dat ons mogelijk nog verder zou kunnen brengen. Frits blijft er gewoon voor zorgen dat de atleten daar niets van merken en blijft die constante bindende factor op het trainingsveld en tijdens de baanactiviteiten. Het bestuur vindt dat Frits eigenlijk te weinig inbreng heeft in de discussie? Nou ja zeg, bestuursleden worden gekozen door de leden en wie krijgt er alle stemmen: Frits toch! Festina viert in de Staay groots haar 40-jarig jubileum, Peter Engels en ik informeren bij atletiek-bobo Hub Diederen "of er voor iemand iets aangevraagd is bij de KNAU". Tijdens de receptie nemen de geachte afgevaardigden van de KNAU (nu Atletiekunie) het woord, het bestuur staat breed te stralen maar Frits straalt het langst. Onderscheid moet er zijn, hij wordt zeer terecht als enige onderscheiden!

Weer zo'n 15 jaar later, ook onze wegen hebben zich inmiddels gescheiden. Maar op wedstrijden en recepties zoeken we elkaar altijd even op. Frits vergeet "zien jônges" nooit, we praten over vroeger en drinken samen een biertje. Nooit geen verwijt dat we hem hadden verlaten bij Festina, Frits blijft de constante waarde in de regionale atletiek. Of dat nou Festina, AVT, Orion of Scopias heet… het gaat om de atletieksport, grenzen verleggen, presteren, prestaties mogelijk maken… maar bovenal om die atleten… met Frits als de constante waarde op de achtergrond.

Begin van dit jaar, Nieuwjaarsreceptie bij Scopias. Ik ben na bijna 25 jaar weer enkele maanden terug op het oude nest. Natuurlijk staan we in no-time aan de staantafel samen met Frits, geen woord over "fijn dat je weer terug bent", nee, bij Frits gaat dat gewoon allemaal door. Ik voel me echt gegêneerd als ik naar voren wordt geroepen om voor een nederlands record bij de M60 een gigantische wisselbeker overhandigd te krijgen van de voorzitter. Nog met het schaamrood op de kaken loop ik terug naar de staantafel, krijg een dikke zoen van Marijke, zet de beker op tafel en Frits fluistert in m'n oor: "Dae is ouk ein bietje van mich". Ik sla een arm om hem heen en knik "Jao". En even staan we zo samen te genieten, niet van die overmaatse beker maar van wat atleten samen kan verbinden.

Zo ken ik Frits, méér dan de constante waarde of een verbindende factor in onze regionale atletiek. Een echte atleet, vaderlijke jeugdtrainer, keihard werkend bestuurslid, starter, materialenman, sjouwer, bouwer, poetser maar altijd trouw aan "zien jônges en maedjes". Waardering is dan te bescheiden van wat je wil uitdrukken.

"Bedank Frits en gank door met was dich dinks des se môs doon".

fritsvaessen-festina010.jpg

 


Bedankje aan Jan Titulaer 

door Harrie Vaessen

Een bedankje aan Jan Titulaer voor z'n prachtige verhaal over mijn vader, Frits Vaessen. Mooi verwoord. En het raakt de kern: atletiek = Frits en Frits = atletiek. Ikzelf ben de atletiek uit Venlo en omstreken ook dank verschuldigd. Om twee redenen. Het belangrijkst is het simpele feit dat ik zonder de atletiek niet zou bestaan. Want m'n vader & moeder hebben zich leren kennen bij de atletiekclub. En ten tweede heb ik daar een zorgeloze & leuke kindertijd doorgebracht. Want als zoon van Frits werd ik natuurlijk al als klein hummelke "meegesleept" naar "het veldje" zoals toen ook de sintelbaan op de hei nog werd genoemd. Iets later mocht ik ook meedoen met het rennen, springen en gooien. Ik heb er een leuke kinder- en tienertijd beleefd. Al was rondjes rennen op een baan niet zo mijn ding. Mijn voorkeur ging uit naar de zondagochtendtraining, lekker draven in de bossen. Eenmaal uitgepuberd ging ik mijn eigen weg zoeken en heb toen de actieve atletiek vaarwel gezegd. De liefde voor atletiek als kijksport is echter altijd gebleven. Een ander verhaal dus als voor vader Frits. Atletiek is zijn leven. Ik heb dan ook het vermoeden dat als hij ooit nog eens op z'n oude dag in een rolstoel zou belanden, hij nog steeds de "baan" op zal rollen… Ik ben ook heel blij dat de toewijding van Frits door de atletiekvereniging wordt gewaardeerd. Nog niet zo lang geleden resulteerde dat zelfs in een koninklijke onderscheiding. Hij praat er misschien niet zo veel over, maar hij is er best wel trots op. Het is toch een vorm van erkenning. Als laatste nog dit. Een jaar of 40 geleden, toen ik als kind door vaders werd meegenomen naar de sintelbaan, behoorde Frits al tot de inboedel. Gevolg: ik werd door iedereen Fritske genoemd. Ahum. Als kind had ik daar een pokkehekel aan! Maandenlang was mijn reactie "ik ben Harrie". Uiteindelijk heb ik de moed maar opgegeven. Ik was Fritske. Inmiddels beschouw ik dat als een compliment… Nogmaals bedankt Jan!