Reglement Scopias clubrecords

Het reglement clubrecords van Scopias is gebaseerd op het wedstrijdreglement van de KNAU. Het KNAU-reglement is daar waar nodig aangepast aan de situaties zoals die bij Scopias wenselijk geacht worden. 

1.    Records kunnen alleen gevestigd worden in een betrouwbare en naar behoren georganiseerde wedstrijd en als voldaan is aan het wedstrijdreglement van de atletiekunie of andere officiële atletiekbond
2.    Een atleet die een record vestigt, moet lid zijn van Scopias. De atleet hoeft niet in het bezit te zijn van een wedstrijdlicentie. 
3.    Records kunnen worden gevestigd op de baan (indoor en outdoor) en op de weg. 
4.    Records kunnen alleen worden gevestigd op onderdelen die voorkomen op de officiële lijst van onderdelen die door de Atletiek Unie zijn opgesteld. Er worden geen lijsten bijgehouden met beste prestaties op incourante onderdelen.
5.    Scopias accepteert records in alle categorieën, behalve in de categorie neosenioren.
6.    Records kunnen worden gevestigd in de categorie waarin de atleet ingeschreven is en in andere categorieën waar de atleet wat betreft gewicht van werpmateriaal, hordehoogte en/of leeftijd voldaan heeft aan de eisen van de betreffende categorie. 
7.    Clubrecords kunnen erkend worden indien de prestatie in een gemixte race tot stand is gekomen.
8.    Een record moet een verbetering zijn van of gelijk zijn aan het bestaande door Scopias geaccepteerde record op dat onderdeel. Als een bestaand record wordt geëvenaard, zal het dezelfde status hebben als het oorspronkelijke record.
9.    Voor het vergelijken van handgeklokte en elektronisch gemeten tijden wordt de internationaal geldende norm gebruikt. Dit houdt in: Op alle loopnummers tot de 400 meter zal bij de handgeklokte tijd een correctie van 0.24 seconden worden opgeteld om tot een vergelijkbare elektronisch gemeten tijd te komen. Voor de 400 meter geldt een correctie van 0.14 seconden. Voor afstanden boven de 400 meter geldt geen correctie. (Clubrecords met handtijden blijven als zodanig in takt, de hierboven genoemde vergelijkingsmethode is slechts een instrument om te vergelijken, meer niet) 
10.    Indien uit de uitslag blijkt dat bij de (horden)sprintnummers en het ver- en hinkstapspringen een meewind van meer dan 2,0 meter per seconde is geconstateerd kan een prestatie niet als record worden erkend. Meerkamp totaalrecords komen niet meer voor erkenning in aanmerking als op enig daarvoor in aanmerking komend onderdeel een meewind van meer dan 4,0 meter is geconstateerd. In geval van twijfel of als er geen officiële windmeetapparatuur gebruikt is kan de recordcommissie inlichtingen hierover inwinnen bij de organisa¬tie. 
11.    Records gevestigd in series, kwalificaties, barrages en bij afzonderlijke onderdelen van de meerkampen, ongeacht of de atleet de gehele meerkamp heeft afgemaakt of niet, kunnen worden erkend.
12.    Tussentijden worden alleen als clubrecord erkend als er een officiële tijdswaarneming op die tussenpunten heeft plaatsgevonden en als de atleet officieel de finish heeft gehaald.
13.    Records gevestigd in wegwedstrijden komen slechts in aanmerking voor erkenning als uit de uitslag blijkt over welke afstand gelopen is en als in alle redelijkheid aangenomen mag worden dat de opgegeven afstand correct is.
14.    Bij wegwedstrijden waarbij gebruik wordt gemaakt van deugdelijke individuele tijdwaarnemingsystemen (bijv. ChampionChip) komen alleen netto tijden in aanmerking voor een clubrecord.
15.    Records worden alleen dan erkend als de betreffende prestatie voorkomt in de officiële uitslag van de wedstrijd.
16.    Records worden alleen dan erkend als de commissie clubrecords een afschrift krijgt van de officiële uitslag van de wedstrijd waarin de prestatie is geleverd. Een digitaal afschrift is hiervoor ook geschikt; evenals de link naar de website waar de uitslag van de wedstrijd is terug te vinden.
17.    Een atleet is zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van recordverbeteringen.
18.    Als op enigerlei wijze getwijfeld wordt of een record erkend moet worden, dan kan om uitgebreider bewijsmateriaal worden gevraagd (Bijv. Jurylijsten)
19.    Scopias zal iedere keer als er een nieuw record gevestigd wordt de lijst van records op de website aanpassen. Eén keer per jaar zullen de officiële jaarlijsten en de actuele clubrecords worden gepubliceerd. Alleen deze schriftelijke lijsten zijn de officiële. Het atletiekjaar loopt van 1 november tot 1 november.
20.    Indien een atleet na publicatie van de actuele recordlijsten aanspraak meent te mogen maken op één van de records, moet hij daarvoor zelf het schriftelijk bewijsmateriaal aanleveren.
21.    Met terugwerkende kracht vanaf 1-1-2006 worden de records van de masters per categorie bijgehouden. 
22.    Indien masters, anders dan de categorie mannen 35-40, aanspraak menen te mogen maken op records op basis van prestaties van vóór 1-1-2006 dienen zij daarvoor zelf het schriftelijke bewijsmateriaal aan te leveren.
23.    Als door onderzoek het gebruik van doping wordt aangetoond, zal een record niet erkend worden (of met terugwerkende kracht niet meer als clubrecord erkend worden)
24.    In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de commissie clubrecords.


Vastgesteld in bestuur dd. 17 maart 2014
Bijgesteld dd.18 maart 2009 door commissie clubrecords, Roos Gielen, Tim Schreurs, Robert Schuwer en Paul Klein Tuente